Eerst nog wat onhandig, dus toen hij een keer ergens tegen aan vloog, vroeg ik onze veterinair hoofddirecteur ( en dierenarts) om naar zijn pootje te kijken. Niets gebroken, gelukkig.
Via marktplaats kochten we een kamervolière voor onze Merel. Elke week, nadat ik het ding had schoongemaakt, van nieuw zand voorzien en zijn zwembadje met lauw water had gevuld, ging Merel los: hij dook in het bad, spatterde en spetterde totdat alles in de buurt nat was, en zocht dan een zitstok om zijn vleugels te laten drogen. Soms, als ik in de vroege ochtenduren op mijn hometrainer zat, trakteerde hij me op zijn gezang. Zó mooi, dat de tranen me in de ogen sprongen.
Merel was jarenlang onze huisvriend, maar helaas liep het slecht met hem af. Tijdens een vakantie in Hongarije ( we hadden daar net ons huis gekocht), zou onze hulp voor de dieren zorgen. Dus ook voor Merel. Merel lustte maar één soort universeel voer. Het stond voor hem klaar. De hulp zag dat niet en gaf hem per abuis zaad, en dat at ie niet. De avond vóór ons vertrek uit Hongarije kregen we een telefoontje: Merel was dood. Hij had zijn eigen voer niet gekregen en had zich doodgehongerd. Wat waren we verdrietig....
De kamervolière staat nu in mijn hongaarse huiskamer en wordt bevolkt door drie parkieten. Ik denk nog vaak terug aan onze Merel.
Mooi verhaal Marijke en dat toont meteen de kwetsbaarheid van natuurlijk leven...heel mooi.
BeantwoordenVerwijderen